Er was een tijd waarin vrouwelijkheid niet gelijkstond aan aanpassen. Niet aan pleasing. Niet aan jezelf kleiner maken zodat anderen zich comfortabel konden blijven voelen in jouw aanwezigheid.
Vrouwelijkheid droeg ooit een andere frequentie. Instinctief. Sensueel. Wild. Wijs. Een vrouw stond niet los van haar lichaam, haar intuïtie of haar innerlijk weten. Ze leefde dichter op haar natuur, haar cycli, haar waarheid. Haar instinct was geen bedreiging. Het was intelligentie.
Maar ergens onderweg veranderde er iets.
Niet ineens. Niet zichtbaar in één generatie. Maar langzaam, subtiel en systemisch werden vrouwen verder verwijderd van hun oorspronkelijke natuur, niet alleen door controle of onderdrukking, maar ook door conditionering. Door te leren welke versie van jezelf welkom was en welke niet.
Veel vrouwen leerden al vroeg dat veiligheid afhankelijk werd van aanpassing. Wees lief. Wees gekozen. Wees niet te veel. Voel wel, maar niet té diep. Spreek wel, maar niet té luid. Neem ruimte in, maar niet zoveel dat anderen zich ongemakkelijk voelen.
En dus begonnen veel vrouwen zichzelf te vormen rondom wat hen veilig hield. De vrouw die harmonie bewaakt terwijl ze zichzelf verliest. Die haar grenzen verzacht. Die voelt wat iedereen nodig heeft, behalve zichzelf. Langzaam werd zelfverlating iets wat we vrouwelijkheid gingen noemen.
Veel vrouwen zijn daardoor verder verwijderd geraakt van hun instinct dan van de verwachtingen van de wereld. Ze voelen haar soms nog wel (die wilde, instinctieve waarheid) maar vaak alleen in momenten buiten het gewone leven. Tijdens een retreat. Een ceremonie. Een weekend waarin het lichaam eindelijk weer mag ademen.
Even herinner je jezelf. Even voel je weer: dít ben ik.
Niet de versie die performt. Niet de versie die zich voortdurend afstemt op de buitenwereld. Maar de vrouw daaronder. De vrouw die voelt. Die weet. Die niet gemaakt is om zichzelf te verlaten om liefde te ontvangen.
En toch is dát vaak het spannendste moment. Niet het openen zelf, maar het meenemen van die vrouw terug het dagelijkse leven in.
Want instinct behouden terwijl er iets op het spel staat (liefde, verbinding, belonging) vraagt een diepe innerlijke veiligheid. Veel vrouwen kunnen hun waarheid voelen wanneer ze alleen zijn, maar verliezen zichzelf opnieuw zodra verbinding bedreigd voelt. Dan komt het oude mechanisme terug. Aanpassen. Pleasen. Overrulen wat het lichaam allang weet.
Precies daar begint het echte werk.
Niet in het "vinden" van de wilde vrouw. Niet in nóg een ceremonie of activatie. Maar in het bouwen van de capaciteit om haar levend te houden in het alledaagse leven; in relaties, in business, in zichtbaarheid, in spreken terwijl je stem trilt, in blijven bij jezelf terwijl verbinding onzeker voelt.
Dat is voor mij waar vrouwelijke heling werkelijk over gaat. Niet vrouwelijker worden volgens een nieuw spiritueel ideaalbeeld. Maar laag voor laag afleren waar we onszelf hebben verlaten om veilig te blijven.
Zodat instinct niet langer iets wordt wat alleen verschijnt in sacred spaces, maar iets wat weer onderdeel wordt van hoe je leeft. Hoe je liefheeft. Hoe je kiest. Hoe je aanwezig bent in de wereld.
Misschien is dat wel de diepste vorm van herinneren.
Niet dat je haar af en toe ontmoet. Maar dat je haar uiteindelijk niet meer achterlaat.